• Daan Fousert

STIP OP DE HORIZON: EEN ECOLOGISCHE ECONOMIE!


Er komen nu al conceptteksten voorbij van een mogelijk regeerakkoord waarin gesproken wordt over een circulaire economie. Daarin wordt als doelstelling gesteld:


“Het Nederlandse circulaire economiebeleid wil het grondstoffengebruik voor 2030 halveren, en voor 2050 minimaliseren door - in volgorde van afnemende prioriteit - preventie, hergebruik en recycling van producten.”


Hoewel het ambitieus klinkt, loopt het achter op onze eerder ambities. Het Global Circularity Report van 2020 toont aan dat 90,4% van de grondstoffen die wereldwijd worden gebruikt geen weg terugvindt naar onze economie. Met andere woorden: slechts 9,6% van onze wereldeconomie is circulair. Nederland doet het in vergelijking daarmee niet zo slecht omdat we, volgens dat rapport, momenteel 24,5% circulair zijn. Toch neemt dat niet weg dat Nederland in 2016 als doelstelling heeft gesteld om per 2050 100% circulair te zijn. Dus niet per 2050 minimaliseren maar 100% circulair. In de doelstelling van het conceptregeerakkoord komen we dus terug op onze doelstelling van 2016. Dat is geen stap vooruit maar achteruit.


Leg de lat hoger!


Los van deze stap achteruit zou je nog kunnen beargumenteren dat het een mooie ambitie is. Toch zou ik willen pleiten om de lat hoger te leggen en te streven naar een ecologische economie. Een circulaire economie blijft een neoliberale economie waarbij het enige uitgangspunt de economische markt van nu de enige realiteit lijkt te zijn en alle andere levensvormen daaraan ondergeschikt worden gemaakt. Als we ons uitspreken voor een ecologische economie, dan draaien we dat om en zetten we alle levensvormen op deze aarde op de eerste plaats en wordt alles wat we economisch doen daaraan ondergeschikt. Ook in een ecologische economie blijft het prima om financiële winst te realiseren maar niet meer ten koste van welk aspect van de ecologie dan ook. Soms is het en-en maar het kan ook of-of betekenen.


In een ecologische economie staan de acht aspecten van de ecologie centraal bij alles wat we doen. Deze acht aspecten zijn met elkaar verbonden en gelijkwaardig aan elkaar. Inbreuk op een van deze aspecten betekent inbreuk om de ecologie in haar geheel:


1. Biosfeer

De biosfeer is het leefgebied van alle levende wezens. Dit strekt zich uit van 8-10 kilometer boven de aarde tot het diepste punt van de diepste oceaan. Alles daarin moet gerespecteerd en bewaakt worden omdat de biosfeer leven biedt aan alles.


2. Biodiversiteit

Onze biodiversiteit omvat de rijkdom van de gehele natuur in haar totale verscheidenheid. Dat gaat van het kleinste levend organisme tot het grootste levend wezen. Het impliceert de verscheidenheid aan levensvormen, die we moeten bewaken en preserveren. Alles wat ten koste gaat van de biodiversiteit gaat ten koste van de ecologie. Reductie van CO2 mag nooit ten koste gaan van de biodiversiteit, waar dan ook. Dat betekent dat wij niet weg kunnen kijken van schade die wordt toegebracht aan de biodiversiteit elders als dat ten faveure is van onze ‘groene’ ambities. Denk aan elektrisch rijden, zonnepanelen uit China, Soja uit Brazilië, etc.


3. Leefwereld

Onze leefwereld heeft te maken met ons sociale, culturele, economische en ecologische bestel en met alles wat met ons leven en ons zijn op aarde te maken heeft. Als aardbewoner is het geheel van de aarde onze leefwereld en hebben wij verantwoordelijkheid te nemen voor die gebieden waar mensen achtergesteld worden, waar dan ook en in welke vorm dan ook. Dat geld voor de mindere in onze straat, land of werelddeel en in andere landen, werelddelen. Verrijkers ten koste van anderen (in welke vorm dan ook) hebben we te bestrijden.


4. Milieu

Onze fysieke omgeving, ook wel het natuurlijke milieu is afhankelijk van de wijze waarop wij die behandelen. Dat impliceert abiotische factoren en biologische factoren. Onze uitdaging is wegen te vinden om de natuur in haar oorsprong te herstellen, zonder daarbij economische schade te lijden. (Bijvoorbeeld: zonnepanelen mogen niet ten koste gaan van landschap, grondstoffen of biodiversiteit net zomin als dat de boer zijn schapen moet verliezen door de terugkeer van de wolf.) Bij alles wat we doen zullen we deze balans hebben te bewaken. Dat vereist creativiteit en het zoeken van ecologische alternatieven.


5. Klimaat

Klimaat is de gemiddelde toestand van het weer over een periode van dertig jaar. Ons klimaat verandert en soms heeft dat een natuurlijke oorzaak, echter veelal ligt menselijk handelen ten grondslag aan die verandering. Ons handelen (dus ook onze economie) dient beoordeeld te worden op de negatieve effecten op ons klimaat. Wat kapot is gemaakt dient hersteld te worden. Niets van ons handelen kan ten koste gaan van het klimaat. Groene energie helpt ons daarbij als het ook echt groen is en niet grijs. Alle vormen van verkeerde energie (grijs, biomassa etc.) dan wel verkeerde alternatieven van groene energie dienen vermeden te worden.


6. Inclusiviteit

Inclusiviteit kent slechts één uitgangspunt: niets of niemand mag en kan uitgesloten worden. Eenzijdigheid, onrechtvaardigheid en uitsluiting is, in welke samenstelling (team, organisatie, directie, overheid, regering, school, samenleving etc.) uit den boze. Belangrijk bij dit uitgangspunt is ook het kenmerk van gelijkwaardigheid. Het is belangrijk dat mensen gelijkwaardig worden behandeld zowel qua (werk c.q. leef) omstandigheden als qua beloning.


7. Diversiteit

Diversiteit heeft overlap met inclusiviteit en richt zich specifiek op de uitbanning van (institutioneel en systemisch) racisme. Vooroordelen tegen rassen, religies, gender, oorsprong, afkomst moeten we afwijzen. Het aspect van gelijkwaardigheid in omstandigheden en beloning is hierbij ook wezenlijk.


8. Circulariteit

Circulariteit gaat verder dan hergebruik. De producten die we nu hebben en kopen vormen de grondstoffen voor later. Circulariteit impliceert dat er geen uitputting van grondstoffen plaatsvindt en/of dat grondstoffen worden hersteld indien deze gebruikt worden. De aarde geeft ons grondstoffen in ‘bruikleen’. Die mogen we gebruiken, mits verantwoord, recyclebaar en weer aangevuld. Het gebruik van grondstoffen vraagt toetsing op de oorsprong ervan of deze op de juiste wijze zijn verkregen en niet ten koste van een van de ecologische aspecten hierboven genoemd. Als bij gebruik van een grondstof (nog) niet vaststaat hoe deze geregistreerd wordt en later hergebruikt kan worden, zouden we die grondstof (nog) niet moeten gebruiken. Dat betekent dat gebruikers van grondstoffen verantwoordelijk zijn en worden gesteld voor de (schadeloze) winning en oorsprong van die grondstof én het hergebruik.


Realistische prijzen en een eenduidige classificatie.


Een ecologische economie gaat uit van het feit dat de klant realistische prijzen betaalt op een dusdanig wijze dat de producent eraan kan verdienen. Denk aan de prijs van vlees of textiel. Het impliceert dat de vervuiler altijd betaalt. Het betekent ook dat niemand de dupe wordt, waar dan ook ter wereld. Denk aan de ‘slaven’ in Congo die onder erbarmelijke omstandigheden het kobalt moeten delven voor onze elektrische auto of aan de Oeigoeren in China die als dwangarbeider het silicium delven voor onze zonnepanelen. Dat maakt al deze producten niet ecologisch verantwoord en als consument kunnen we dan maar één ding doen: niet afnemen. En als overheid dienen we het gebruik van dat soort producten, hoe goed misschien ook voor de reductie van CO2, niet te stimuleren laat staan te subsidiëren.


Een ecologische economie behoeft één eenduidige classificatie. Momenteel zijn er honderden keurmerken die onduidelijk/onbekend zijn, niet kloppen of slechts een marketingtruc zijn. Er wordt te veel gesjoemeld met keurmerken en dat verwart de klant. De slager mag nooit zijn eigen vlees keuren (zoals Unilever het MSC-certificaat verhandelt). Controle moet altijd door neutrale organisaties geschieden die op geen enkele wijze verbonden zijn aan een product, noch enig financieel voordeel kunnen halen uit deze controle. De sterren classificatie van EcQ (ecologische intelligentie) classificeert producten, diensten, producenten, overheden en zelfs consumentengedrag op ALLE acht aspecten van de ecologie!


Als we deze route durven te kiezen als ambitie in een regeerakkoord dat over de grenzen van vier jaar gaat, maken we pas echt stappen vooruit en beperken we ons niet tot één aspect. Het is beter om in 2070 deze ecologische economie gerealiseerd te hebben dan in 2050 het grondstoffengebruik voor 2030 te halveren, en voor 2050 te minimaliseren, tenzij dit tussenstappen zijn op weg naar die ecologische economie.


Stip op de horizon

Maar wie zegt dat dit het niet is? Relevante vraag. Het blijkt echter nergens uit en als dat zo is, wat ik van harte hoop en zeker stimuleer, zet dan deze stip op de horizon zodat we allemaal weten waar onze reis ons gaat brengen. Dan zijn we ecologisch intelligent bezig.



Bron en referentie: EcQ, Ecologische Intelligentie, het boek dat ik in februari van dit jaar uitbracht. Daarin vind je ook de uitleg over het EcQ sterren classificatiesysteem.

21 keer bekeken

Recente blogposts

Alles weergeven